Nieuws


20-05-2016

Rienks 'olympische missie uit rebellie

De WK 2014 op de Bosbaan waren organisatorisch top, sportief flop. Een gouden medaille op een niet-olympisch onderdeel (vrouwen lichtgewicht dubbelvier), geen enkel podium voor de ploegen op de veertien nummers van de Olympische Spelen. Trots op een enkele titel werd geflankeerd door breed ongenoegen. Was die sof nou waarvoor zo'n magnifiek toernooi was opgezet? Een kater die niet snel overging. Hoe was het toen met ons toproeien eigenlijk gesteld? Een jaar eerder nog zo succesvol met een wereldtitel (vier-zonder-stuurman) en een handvol prachtige andere medailles. Onbegrijpelijk. Hoe moest dat verder? Zoekers naar het antwoord klopten op de deur van de Roeier van de Eeuw; Nico Rienks, de man met de indrukwekkendste erelijst. (Olympisch goud in dubbeltwee, wereldkampioen ook en olympisch goud in de eerste Holland Acht).
NRC Handelsblad en Het Parool legden hem het probleem voor en deze kranten publiceerden daarna een artikel. Rienks zag grond voor iets anders. Hij wist met stelligheid te vertellen hoe met 'roei-vreemde' Nederlandse vrouwen een winnende acht zou kunnen worden geformeerd voor de Olympische Spelen van Tokio in 2020. 'Ik denk het voor elkaar te kunnen brengen met vrouwen die nooit eerder in een roeiboot hebben gezeten. Als ze maar atletische kwaliteiten hebben. Roeien, hard roeien, op wereldtopniveau roeien, dat is te leren. Laat ze zich maar melden.'
Nico Rienks twee jaar later: 'Na de stukken in Parool en NRC kwam het plan in Nieuwsuur op televisie. Toen hebben zich spontaan 350 dames aangemeld voor het project Tokio 2020, allemaal vrouwen van 1,85 meter en 80 kilo.'

Rienks stond, met enige medestanders, gelijk voor een enorme klus. Hij moest gaan selecteren uit een leger kandidaten. In maart 2016 vertelt hij: 'We hebben er nu 17 over. Iedereen is getest, op de wattbike naar vermogen en in een persoonlijk gesprek. Bij de 17 zit van alles. Remona Fransen, een meerkampster die al brons won bij de EK indoor op de vijfkamp, Danielle Willemsen, een eredivisie-speelster waterpolo, Benita de Man die heel hard kan schaatsen, Joy Droogsma, keepster van SC Heerenveen, ex-zwemsters Sigrid Dogger en Hermijntje Drenth. Ex-korfbalster Anna de Boer, een onderwijsdeskundige. Zij woont nog in Terwispel bij Heerenveen. Zij werkt door de week, maar is het hele weekend in Amsterdam om te trainen. Er is heftig geselecteerd, maar heel bijzonder is dat niemand van de 350 uit zichzelf is opgestapt. De geselecteerden wonen bij elkaar in een Amsterdams huis. Allen hadden vorig jaar een totaal ander leven voor zich dan zij nu hebben. De groep traint momenteel tien keer in de week. 's Morgens vroeg om zeven uur, ook in het stikdonker, en 's avonds na zes uur. Op allerlei onderdelen. Indoor op kracht, outdoor op roeitechniek en -snelheid. Op het water van de Bosbaan in skiffs, tweetjes, vieren en achten. Nu tien keer per week, maar in het olympisch jaar zal het nog meer moeten.'
Nieuwe kandidaten kunnen zich nog steeds aanmelden en komen, na positieve test, in een stimulerende omgeving, waar ook plaats is werk en studie. Een viertal sponsors zorgt voor ondersteuning van het project: Kiwa, Aegon, Damen Shipyard en de Vrije Universiteit.

Nico Rienks was twintig jaar zeer succesvol toproeier. Die twee decennia kon een zekere mate van eigenzinnigheid hem niet worden ontzegd. Verschillende fasen begonnen met een soort van rebellie. De gouden dubbeltwee (met Ronald Florijn) en de gouden Holland Acht begonnen met zich afzetten tegen de gewoonten in het traditionele Nederlandse roeiwereldje. Rienks wilde het, met zijn vriend Ronald Florijn, totaal anders aanpakken. Met succes.
Na de topsport werkte hij twintig jaar, het langst in zijn Arbodienst en ook daarin is hij succesvol geworden als directeur. Coachen in roeien is een hobby, maar wel een hobby waarin hij vrijheid koestert. 'Ik wil absoluut vrijheid hebben. Als het niet lekker gaat, moet ik kunnen zeggen: ik hou ermee op. Dan moet iemand anders het maar doen. Ik denk niet dat het snel gebeurt, maar als principe staat me dat wel aan.'
Rienks nam die beslissing na twee jaar in dienst bij de KNRB. Twee weken na de Olympische Spelen van Londen 2012 waar zij in de vrouwenacht brons wonnen, vroegen de roeisters Chantal Achterberg en Claudia Belderbos hem als coach voor de dubbeltwee. 'Ik had, weliswaar omgekeerd, ervaring met wisselen van boordroeien naar scullen. Met die twee heb ik een hele winter getraind in Amsterdam. Interim-topsportcoöordinator Joop Alberda heeft mijn diensten bij de roeibond toen geformaliseerd. Ik raakte meer betrokken bij de coaches René Mijnders en Jan Klerks. De bedoeling was om periodiek, wekelijks, overleg te hebben. Prettig, nuttig en zinvol, dat overleg tussen de coaches. Dat was ook een voorwaarde. In zo'n geval moeten we wel iets aan elkaar hebben, met elkaar meefietsen, en moet het ook zo zijn dat als er een wint, dat je als team met elkaar staat te juichen voor elkaars ploegen.'

Dat is na verloop van tijd anders gelopen. Rienks hield ermee op. Om persoonlijke redenen. 'Ooit heb ik gefunctioneerd in de directie van een bedrijf met 2500 man. Toen ik daar iets had bedacht, kreeg ik te horen: 'Nee nee, dat doen we niet, dat past niet in ons bedrijf. Zo kan dat niet.' Toen heb ik dezelfde avond nog besloten: nou jongens, zo kan ik niet werken. Liever heb ik dat men mij op basis van argumenten ergens van kan overtuigen, maar niet omdat het nou eenmaal zo is. Voor 'het bedrijf' NOC*NSF is dit te sterk gesteld hoor, maar er wordt daar vaak wel mee geschermd: 'Zo gaat dat', en dan wordt het gedelegeerd naar de mensen van de roeibond. Iedereen moet het dan uitvoeren. Ik geloof daarentegen heel erg in eigen initiatieven, in het idee dat iets rebels kan zijn, dat het juist uit de gedachten van de sporters en hun coach komt in die volgorde. Ja, dat is anders dan men op Papendal denkt: organisatie-gestuurd, vervolgens coach-gestuurd en vervolgens roeiers-uitvoerend. Ik kan me niet heugen dat er op die manier ooit een medaille is gewonnen in het roeien, een gouden medaille zeker niet.'

SilVia is de naam waaronder de nieuwbakken roeisters in wedstrijden uitkomen, vooralsnog in de derde divisie. De naam is bedacht door Rienks' zoon. Het is Latijnse vertaling van BosBaan. Het roeien is nog lang niet perfect. 'Bij trainingen in de skiff slaat nog weleens iemand om. Ze zijn allen aan de basis begonnen. In de voorjaarswedstrijden waren het niet de snelste achten die we konden maken, maar wel met vrouwen die over vier jaar goed zijn. Het is niet zo moeilijk om dames in een boot te zetten die al een paar jaar roeien, maar die kunnen niet zo veel progressie meer boeken in onze ogen. Ik wil atleten in die boot hebben die over vier jaar hard gaan, die dan de grootste spierballen hebben. Mooie halen maken kunnen ze nog niet, nu nog niet, maar dat komt. Alles is gericht om over vier jaar, eventueel acht jaar. Het moeten sporters zijn die het in zich hebben om wereldtop te worden. Anders willen we ze niet.'

Na een kleine anderhalf jaar is Rienks niet ontevreden over de vorderingen. Bij de Heineken Vierkamp won SilVia de derde divisie en eindigde als tweede in de Head of the River. 'Overall in roeiland zijn we de vijfde, zesde acht. Niet slecht na pas een jaar. Vorig jaar was de beste tijd van onze acht 6 minuten 35 seconden over 2 kilometer. Dit jaar moet dat onder de 6.20 worden, volgend jaar 6.00 halen en in vier jaar moet dat 5.50 zijn. Dan kun je internationaal triomferen. Dit klinkt misschien heel gemakkelijk, maar het is een lange weg te gaan.'

In de groep van zeventien zitten vrouwen die heilig geloven het te zullen halen. Rienks: 'De fanatiekste deelneemsters zijn nog niet de besten. Je ziet echter wel: daar zit een goeie kop op en ze zijn zo jong dat ze wel tien jaar mee kunnen. Je ziet ook vrouwen die fysiek goed zijn en opgejut kunnen worden door de anderen. De ingrediënten zijn er, maar daarmee heb je nog geen acht van buitencategorie. Daar zoeken we naar.'

Het (eerste) eindresultaat van SilVia mag dan pas over vier jaar in Tokio te zien zijn, Nico Rienks werkt ook naar Rio 2016 toe. Niet met vrouwen, maar met twee mannen, de Muda's. Vincent en Tycho Muda zijn een tweeling. Zij werden wereldkampioen onder 23 jaar en roeiden de olympische finale van Londen in de lichte vier (zesde). Na Londen probeerden zij de wereldtop te halen in de dubbel, het andere olympische nummer voor lichtgewicht roeiers. Ze behaalden enkele aardige resultaten maar vorig jaar mislukte de olympische kwalificatie volledig. Zij wilden daarop weer aansluiten bij de selectie van de lichte vier. Bondscoach Mark Emke zag het wel in Vincent Muda zitten, niet in zijn broer Tycho. Waarop Vincent zich terugtrok. De dissidente tweeling ging weer voor de dubbel en riep de hulp in van Nico Rienks, als coach in hun begeleidingsteam, om er alles aan te doen alsnog Rio te halen via het OKT. Rienks stemde toe. Hij had al eerder gezien: 'Er zit meer in dan eruit komt. Zij tonen ook het lef de dingen echt anders te doen. Fysiologisch en technisch zijn ze wereldtop. Zij moeten absoluut voorin kunnen varen. Die twee zitten elkaars soms in de weg. Het gaat erom die negatieve scherpe kantjes eraf te halen. Als ik het zeg, denken zij, misschien moeten we dat maar eens proberen.'

Voor NL Coach, mei 2016


Klik hier voor het nieuwsarchief